De overtuigingen over geld zijn oeroud en zitten diep in de mensheid geworteld. Zolang geld bestaat, in zijn meest primitieve vorm, zijn mensen ervan overtuigd geraakt dat voor de een is weggelegd om geld te bezitten en voor de ander niet. Geld is niet het ruilmiddel geworden waar het oorspronkelijk voor bedoeld was. Het is bezit geworden. Daarmee appellerend aan de behoefte van de mens om zijn begeerte te bevredigen.
Geld hoort in een stroom te functioneren, een energiestroom die stroomt via de weg van de minste weerstand naar daar waar het nodig is en gebruikt kan worden om vervolgens weer verder te stromen. Een eindeloze cirkel van energie.
Maar net als andere energiestromen die de mensen aangaan is geld ook gestagneerd. En wel op zo'n manier dat de rijken rijker worden en de armen armer. Geld is een strijd geworden, evenals een machtspositie, dwangmiddel en begeerte-object. Vele misdaden zijn gepleegd omwille van geld, mensen vermoord, gezinnen uiteen gerukt en landen in oorlog met elkaar gegaan om geld. Ook heeft geld niet alleen een stagnerende stroom maar vooral een negatieve stroom ontwikkeld en zich diep in de afgronden van de materie gestort, in plaats van een helder en zuivere energiestroom te blijven.
Je daar aan ontworstelen vraagt veel inzicht in de oorspronkelijke bedoeling van geld in deze wereld.
Interesse?
Ja, Zeker. Lijkt me interessant. Ik heb me daar werkelijk nog nooit mee bezig gehouden. Geld was voor mij inderdaad een nogal negatieve 'energie' (al zag ik het niet eens als energie). Het lijkt me trouwens dat veel oorspronkelijk zuivere energiestromen, als sex, in zo'n negatieve stroom terecht gekomen zijn en in de afgrond gestort.
Dat klopt, maar dat is voor nu niet onze richting. Laten we ons op geld concentreren.
Oké, vertel: de oorspronkelijke bedoeling van geld ..
Toen geld nog niet bestond was er ruilhandel, Niet dat dat altijd vlekkeloos verliep (anders was er geen geld uitgevonden), maar het was een vorm van overdracht waar mensen nog veel meer lette op de waarde van de dingen. Ik heb het hier over de gewone alledaagse ruilhandel. Men mat de waarde van hun product af aan wat het voor die persoon ZELF betekende. Zo kon het voorkomen dat een kip voor de een een kan water waard was en voor de ander een heel onderkomen (huis). Op deze manier werd de waarde niet buitenaf bepaald, maar door de persoon zelf. Dat betekende dat ieder persoon ZELF verantwoordelijkheid had voor wat hij/zij ruilde. Daardoor kwam het zeer zelden voor dat men spijt had of dat er een verkeerde ruil gemaakt werd. En als het al moeilijk was om afstand te nemen van een voorwerp of dier, dan berustte iedereen in het feit dat hij/zij er zelf voor gekozen had en dus alleen zelf verantwoordelijk.
In dat stadium had de mensheid überhaupt bijna geen gehechtheid aan aardse zaken. Het waren middelen om te leven, om te gebruiken en om te ruilen tegen iets anders als dat nodig was.
Problemen doken pas op toen de gehechtheid aan de materie opdook.
Dit ging allemaal samen het het verlies van het contact met het Goddelijke, of zoals men het toen noemde: de godenwereld
Ik snap dat mensen toen heel anders tegen het leven aankeken en andere overtuigingen hadden, maar ik wil je iets duidelijk maken.
De mens van toen, die zich om de materie geen zorgen maakte en er weinig tot geen belang aan hechtte zoals de huidige mense dat doet, leefde een veel meer ontspannen en verbonden leven met de wereld om zich heen. Men sliep met de sterren en waakte met de zon. Mens leefde met de seizoenen en deed het werk dat gedaan moest worden om te leven. Niet dat het nergens problemen gaf, maar zo gecompliceerd als de hedendaagse mens leeft, daar zouden ze zich toen in de verste verte geen voorstelling van hebben kunne maken.
Het is niet mogelijk voor de hedendaagse mens om zo te leven en toch, feitelijk is het WEL mogelijk. Maar dat later.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten