Toen geld in zijn meest primitieve vorm zijn intrede deed, was dat omdat de wereld haar contact met het Goddelijke aan het verliezen was en steeds meer waarde hechtte aan bezit. Omdat de grip op het één verloren raakte, moest er grip komen op het andere.
De wereld werd ook groter en geld in die zin makkelijker als het ging om handel.
Maar houd het even klein en zie de eenvoudige mens die toen leefde, in zijn eigen kleine gemeenschap en eigenlijk altijd iets bij de hand had om op een of andere manier in zijn levensonderhoud te voorzien of voor onderdak te zorgen. Het leven was niet moeilijker dan dat.
Toen geld hun leven binnenkwam moesten ze dit ineens 'verdienen'. Hoeveel muntstukken iemand kreeg voor iets werd al snel niet meer bepaald door zijn eigen (emotionele) waarde aan iets te geven, maar door mensen die van buitenaf gingen vaststellen hoeveel iets voor hem 'waard' was. Als men voorheen meel voor brood nodig had en men kon dit niet zelf produceren, dan was er een paar handgeweven sandalen voor nodig die de molenaar nodig had om meel te bezorgen. Nu kostte het meel ineens een paar muntstukken die men op zijn beurt weer ergens voor moest krijgen. Voor handgeweven sandalen bijvoorbeeld. Het weven van sandalen werd nu niet meer een vrijwilligheid die men met plezier kon doen, maar een noodzaak om aan geld te komen die men al of niet met plezier kon doen.
Het hebben van een beroep, een kunde, een specialiteit werd hiermee een noodzaak. En daaruit volgde dat mensen opgeleid moesten worden om een kunde eigen te maken om zo in hun levensonderhoud te voorzien. Beroepen gingen in eerste instantie van ouder op kind, toen van meester op leerling en toen verrezen instituten die jongeren massaal opleidden om zo te onderwijzen in een beroep zodat ze in hun levensonderhoud konden voorzien. Zoals hun voorouders langzaam loskwamen van het leven met de seizoenen en de dageraad en van hun verbinding met het Goddelijke, zo raakten hun nazaat meer en meer verslingerd aan de materie en de noodzaak hun best te doen om mee te kunnen draaien in een wereld waarin het steeds meer om bezit, macht en begeerte ging. Elk contact met het Goddelijke, het wezenlijke in ieder mens en de natuur, ging langzaam maar zeker verloren.
De reis die geld heeft gemaakt door het leven is een lange en ontzagwekkende. Nooit eerder heeft iets zoveel invloed gekregen op de mensheid en zijn bestaan, als geld.
Er zijn vele donkere eeuwen geweest dat de mens dacht dat ALLES voor geld te koop was, inclusief geluk en gezondheid. Veel heeft het niet gebracht behalve een hoop ongeluk, verdriet en verderf. Mensen dachten (en denken nog steeds) dat geld hen gelukkig kan maken. Maar dat is de gro otste illusie aller tijden. Geld hoort in de stroom van het leven, zoals alles op aarde ten dienste staat van de mens en als zodanig met liefde en respect gebruikt kan worden. Het kan hooguit bijdragen aan geluk zoals voedsel dat kan, maar ook goed gezelschap. Maar geen van allen zijn ze echter verantwoordelijk voor het geluk van de mens. Daar is alleen die mens zèlf verantwoordelijk voor. En het is zo eenvoudig te bereiken door diep verbonden te zijn met je goddelijke kern.
Maar zoals ik eerder al aangaf, raakte de mens die verbinding kwijt op hetzelfde moment dat geld en materie of het belàng van materie hun intreden deden. Het werd feitelijk de nieuw god. Dat waar de mens zich aan vastklampte en geleidelijk aan van afhankelijk werd. Die mate van afhankelijkheid is gegroeid tot in het extreme! Niemand, helemaal niemand ontspringt die dans. Letterlijk ieders leven staat in het teken van geld. Ook van diegenen die zeggen dat geld niet belangrijk is of hun leven beheerst. Zelfs zwervers dansen de dans van geld.
Geld is voor de mensheid een energie die niet meer constructief is. Al lijkt het nog zo lonend als je bergen met geld hebt en succesvol bent. Maar weinigen zijn in staat om hun verbinding met het Goddelijke op een zinvolle manier vorm te geven. Weinigen hebben de essentie van geld op een dusdanige manier begrepen dat zij het in hun leven kunnen integreren als een spirituele energie. En nu komen we dicht bij de oorspronkelijke bedoeling van geld op een universeel niveau of liever op een spiritueel niveau.
Als je in deze tijd tegen een willekeurig iemand spreekt over geld als spirituele energie zullen ze er veelal geen begrip voor op kunnen brengen. Geld en spiritualiteit liggen mijlenver uit elkaar. Geld is een ding van de materie geworden, en wel van de meest negatieve vorm van materie die in nauwe verbinding staat met begeerte, hebzucht, geweld, macht en verloedering. Geld hebben kan in veel gevallen tot een complete overwaardering van de persoonlijkheid leiden en tot verval in puur aardse geneugten. Gebrek aan geld kan hetzelfde effect hebben, maar dan in de totale afwijzing van de persoonlijkheid en zijn waarde voor de samenleving en voor die persoon evengoed een verval tot de puur aardse geneugten tot gevolg hebben.
Drank, drugs, of overmatig seksueel contact kan hem afhouden van de angst geen geld te hebben en afgewezen te worden door de maatschappij. Dit geldt uiteraard voor de rijke westerse landen. In arme landen heeft het hebben of niet hebben van geld soortgelijke gevolgen, maar dan op heel ander niveau. Er valt veel over te zeggen, maar ik wil me richten op de westerse rijke gedachte van geld. En eventueel de mogelijkheid om ook de arme landen te betrekken in de omkering van de gedachten over geld.
Geld en spiritualiteit zijn dus een ver uit elkaar liggende gedachten, maar in wezen zijn ze één en dezelfde. Dit zal ik je uitleggen. Geld is van het begin af aan een energie geweest die is geïnspireerd om de mensheid te helpen om contact te maken met het meest fundamentele in zichzelf, namelijk zijn eigen Goddelijkheid.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten